SupeRRosa: muzikale conferentie van ontheemden

(via 3voor12)

Waar Nederlands muziektheater en Syrische musici samenkomen

, tekst: jelle talsma | foto’s: raymond dekker

Op het Bevrijdingsfestival treedt SupeRRosa op: een project waarin het Rosa Ensemble en Catching Cultures Orchestra de handen ineen slaan. SupeRRosa bestaat voor de helft uit spelers van Rosa en voor de helft uit Syrische musici. Het doel van de samenwerking is het samenbrengen van de innovatieve muziek van Rosa en de Syrische cultuur van de musici. Is dit doel behaald? Wat kunnen we leren van Arabische musici? En betekent de vrijheid die we vieren eigenlijk nog iets? We vragen het aan Daniel Cross van het Rosa Ensemble en Jonas Bisquert: componist, pianist en gastmoderator van SupeRRosa.

“Voor mij is het een klein statement, dat we met die gekke Syriërs op een podium staan”, zegt Daniel Cross. Hij zit op een bankje naast Jonas Bisquert op het terras van restaurant de Rechtbank in de koele prille lente. “Dat wij als ontzettend politiek-bewust-geëngageerd-witte-boorden-rijkeluisclubje met die jongens samen iets maken wat hopelijk ergens in het midden is uitgekomen.”

SupeRRosa begon toen Cross een paar jaar geleden in het AZC speelde. Daar trad de Syrische Ibrahim Khano op. Cross sloeg zo stijl achterover van de kwaliteit dat hij moést weten wat er zou gebeuren als ze bij elkaar zouden gaan zitten. Omdat hij wist dat dit ‘veel gedoe’ op zou leveren, haalde hij Bisquert erbij. Hij had iemand nodig die als ‘katalysator tussen al die culturen in zit.’ Bisquert bleek die katalysator bij uitstek: hij werkt al zes jaar met asielzoekers in het AZC van Utrecht, onder de noemer Band Zonder Verblijfsvergunning. In dit project werkte hij samen met artiesten die de besten waren in hun land van herkomst.

Echt luisteren
“Een goede musicus kan luisteren. Dat is een gave die we hebben ontwikkeld”, zegt Bisquert. “Op professioneel niveau, maar ook op basisniveau. In het AZC luisterde ik naar een ouder die zong voor zijn kinderen. Dat heeft zo’n grote betekenis. Dat ze ontheemd zijn, kunnen we weinig aan veranderen. Maar kan je echt naar ze luisteren, dan heeft dat grote waarde.” De van origine Spaanse Bisquert heeft een nauwkeurige, doordachte manier van spreken. Hij straalt rust, nieuwsgierigheid en zorgzaamheid uit. Tijdens zijn verhaal komt een kindje op het terras ten val en begint te huilen. Hij stopt met spreken en kijkt op, om pas weer verder te gaan als hij ziet dat er een ouder toesnelt. “Je bent buiten je eigen land, ergens aangekomen waar je de taal snel moet leren. Na drie maanden spreken de kinderen beter Nederlands dan de ouders. Ze leren alle liedjes van Kinderen voor Kinderen, lezen boeken in de Kinderboekenweek. De taal van hun ouders is niet meer belangrijk. Dat is het verleden, oorlog en misère. Terwijl die rijke taal en cultuur een waarde hebben die je moet erkennen.”

Cultuurwrijvingen
Hoe verschillend de Syrische muziekcultuur is van de Westerse, werd al snel voelbaar tijdens de repetities van SupeRRosa, vertelt Cross. “Ibrahim speelt een tien-achtste maatsoort en ik begin daar in vierkwarts doorheen te spelen, wat ik heerlijk vind. Hij kijkt me aan, stopt gewoon met spelen en zegt, ‘dat kan je niet doen!’” Lachend: “Dat vind ik heerlijk. Dan doe ik het juist.” Cross – modieus jasje, haar in mengvorm tussen knot en staart, schreeuwerige felblauwe sandalen – heeft ogen die twinkelen. Hij lacht veel als hij over muziek spreekt, maar ook over gewichtige zaken zoals de Palestijnse kwestie. Hij wekt de indruk van iemand die zichzelf en de wereld om zich heen beschouwt met een prettige, ontwapenende mix van ironie en verwondering.

Als gevraagd wordt naar verhalen over cultuurwrijving tussen Rosa en de Syriërs, tuimelen de twee over elkaar heen met anekdotes. Bisquert, met een brede grijns: “Probeer ze maar eens een Datumprikker te sturen.” Cross: “Probeer ze maar eens bij een repetitie te krijgen. Er zijn duizend redenen waarom het niet lukt.” Ook op muzikaal vlak schuurde het. Nawras Altaky had een compositie gemaakt, een melodie op zijn ud. Rosa-gitarist Jeroen had het helemaal opgenomen. Na lang oefenen kon hij de melodie precies meespelen. Met alle versieringen en ud-elementjes erin had hij een perfecte Westerse tegenmelodie gevonden. Alle Rosa-musici vonden het waanzinnig. “Maar Nawras zei: ‘nee, dat is niet de bedoeling. Ik wil juist een Westerse, elektrische gitaar’. Hij kon er niks mee!” giert Cross. “Akkoorden is iets wat ze niet hebben in de Arabische muziek”, zegt Bisquert. “Ze denken in lijnen, gebaseerd op een tekst of een melodie die ze al kennen. Polyfonie of harmonie zit niet in hun systeem. Ghaeth Amalgooth (klarinettist red.) maakt een lied en wil dat ik de akkoorden erop zet. Ik ga dan zoveel beslissingen nemen, dat ik de helft van zijn lied componeer. Voor mij is dat heel belangrijk, maar voor hem leeft dat niet zo.”

Gevlucht en ontheemd
‘SupeRRosa is nadrukkelijk geen participatieproject’ kon je lezen in elke aankondiging van SupeRRosa. Dit omdat de Syriërs als muzikant gezien willen worden, en niet als vluchteling. Bij aanvang van de repetities spraken ze af niet te praten over hun vluchtelingenverleden. Zo geschiedde. Ze hebben tien dagen gerepeteerd, zonder een woord te reppen over hun verleden. Makkelijk vond Cross dit niet. “Ik zou ze alles willen vragen. Maar ik heb het niet gedaan.” Bisquert vult aan: “Soms kan je ruimte geven als ze iets willen vertellen of delen. Vragen zijn lastig. Als ze midden in een procedure zitten, heeft de waarheid een juridische lading. Je wil niemand forceren een verhaal te vertellen.”

Volgens Cross zijn niet alleen de Syriërs, maar ook veel leden van het Rosa Ensemble ‘op een rare manier ontheemd’. “Bijvoorbeeld Esther Mugambi, onze zangeres, heeft Keniaanse roots. Haar vader is vroeg overleden. Haar moeder is Nieuw-Zeelands, dus ze zijn naar Australië verhuisd. Nu zit ze alweer meer dan tien jaar in Nederland – met een Duitse echtgenoot – en ze mogen niet in Nederland blijven. Als je aan haar vraagt: ‘waar kom je vandaan?’, dan barst ze in tranen uit.” Cross raakte zelf zijn ouders op jonge leeftijd kwijt. Dit moet echter niet verward worden met wat hij verstaat onder ontheemd zijn. “Dat is minder dramatisch dan weten dat je ergens vandaan komt en niet meer terug kan omdat de boel platgebombardeerd is”, legt hij uit. “Wat ik voelde is dat ik geen dak meer boven mijn hoofd had. Als je ouders dood zijn, verdwijnt die hele generatie met ze mee. Plotseling ben ik een nieuw dak geworden voor mijn kinderen.”

‘Stomme’ muziek als richting 
Cross studeerde slagwerk op het conservatorium en richtte in 1997 het Rosa Ensemble op. “Toen ik opgroeide, was er een rijke muziekcultuur in Nederland”, begint hij. “Overal om me heen zag ik interessante ensembles.” Hij noemt Iannis Xenakis, Morton Feldman en John Cage. Hij reisde naar Griekenland om met Xenakis te spelen. Oefende zes maanden op een gigantisch complex stuk. “Bij de uitvoering zaten er tien man, en die vonden het fantastisch. Het was zulke complexe muziek geworden dat het alleen voor ons musici leuk was. Ik dacht: ‘dit wil ik niet zijn’.” Als tegenantwoord introduceerde hij in de begintijd van het Rosa Ensemble het C groot akkoord, met een E onderin. Een simpel deuntje dat heel naïef klinkt. Dat speelden ze vijf minuten lang tijdens een optreden. “Dat was heel lelijk eigenlijk, maar ook heerlijk om te doen.” ‘Stomme’ muziek maken voelde op dat moment voor Cross als een overwinning. “Toen ik dat deed, voelde ik: ‘dit is mijn richting’.”

Rechtvaardigheid als doel
SupeRRosa trad sinds de oprichting eind vorig jaar drie keer op: onder andere op het Klabam festival, en in TivoliVredenburg op het Catching Cultures Orchestra Festival. Op 5 mei staan ze op het Bevrijdingsfestival in Park Transwijk. Hun grootste optreden tot nu toe, op een dag die in het teken staat van vrijheid. Heeft dit begrip nog betekenis? “Voor mij is het een groot vraagteken”, antwoordt Bisquert. “We zijn als Europa profiteurs van de oorlog in Syrië, van de wapenhandel bijvoorbeeld. We vieren vrijheid, maar we zijn ook schuldig aan het probleem.” Cross: “Mede dankzij de Amerikanen is vrijheid het hoogste doel. Dat is niet waar. Rechtvaardigheid is een veel groter doel.” Wat rechtvaardigheid voor hem betekent? “Dat je af en toe je kop moet houden omdat iemand anders ook een mening heeft. Je kan niet altijd alles zeggen en doen wat je wil. Rechtvaardigheid betekent dat je ruimte geeft aan iemand anders.”

De ‘smartphonedictatuur’ en de komst van meer gelovigen in Nederland zijn tekenen van een nieuwe verzuilingsgolf, zegt Cross als je hem vraagt naar het tijdsgewricht waarin we leven. Hij ziet de problemen en polarisatie die globalisering en multiculturaliteit met zich meebrengen. Maar rasoptimist die hij is, ziet hij het allemaal ook wel goed komen. Als hij bijvoorbeeld ziet hoe kleurenblind zijn kinderen al zijn, maakt hij zich over de toekomst geen zorgen. “Over vijftig jaar is alles geïntegreerd en hebben we het nergens meer over.” De meest complexe conflicten zijn volgens hem terug te brengen naar platvloerse burenruzies waar je eigenlijk de rijdende rechter op af zou moeten sturen. Maar is de Syrische oorlog eigenlijk niet meer dan een burenruzie? “Nee, dat is een heel plein dat ruzie met elkaar heeft. Het is gigantisch dat probleem: we zitten gewoon in een wereldoorlog en niemand ziet het. Dat is zo goed als onoplosbaar.” Met iets van radeloosheid in zijn stem besluit hij: “Soms moet je het uit laten woeden en er honderd jaar overheen laten gaan.”

Een poging iets te veroorzaken 
Of SupeRRosa na het Bevrijdingsfestival verder gaat, weten Cross en Bisquert nog niet. De ambitie is er in ieder geval wel. Cross: “Waar ik naartoe zou willen is een vervolgstap waarin we het wél over afkomst kunnen hebben, en het om kunnen zetten naar muziek. Als ik de persoonlijke verhalen van die jongens zou horen, dan zou dat nog heftiger binnen komen dan de tv-beelden die we al kennen.” Om te kunnen bepalen in hoeverre de samenwerking gelukt is, is het volgens Cross nog te vroeg. “Ik heb eigenlijk nog niks van de Syriërs geleerd”, zegt hij. “Dan moet je zoveel langer met elkaar spelen, samen het podium op gaan zonder iets af te spreken. Zesentwintig keer de mist in gaan.” En wat is het uiteindelijke doel met projecten als SupeRRosa? Met een zweem van ironie, alsof hij een vergezocht grapje maakt: “Ik probeer met alles wat ik maak het zo te veroorzaken dat ik geen onderwerp meer heb. Dat het kunstwerk het onderwerp op zichzelf wordt. En alle disciplines helemaal met elkaar in harmonie verstrikt raken. Daar is SupeRRosa ook een poging toe.” Dan stellig: “Dat faalt op alle fronten, maar dat geeft niet. Alle pogingen bij elkaar zijn een manier om iets te veroorzaken.”

Foto’s: Raymond Dekker